Stil

Misschien ontglipt het je nu,

Dat intense gevoel van toen.

Misschien denk je slechts aan

Onze lichamen,

De warme gloed van onze huid,

Het verlangen op onze lippen,

Ons vlees, als zijde, vloeiend samen,

De grijpende handen, krachtig maar toch zacht,

Door ons haar glijdend,

Terwijl onze ogen zich verliezen

In de tumultueuze stormen van onze ondeugende gedachten,

Die als een ontembaar vuur

Alles in hun ban houden.

.

Misschien is het nu niet tastbaar, voelbaar,

Dat gevoel van weleer,

Wanneer onze alziende ogen

Diep in elkaars ziel kijken,

Samen op zoek naar die bron,

Die bron van onvervalste liefde,

Niet slechts verborgen in ons hart,

Niet alleen in onze borst of chakra’s,

Maar als vlinders, fladderend,

Als eeuwenoude deeltjes van pure energie,

Die zweven onder onze huid,

Terwijl wij één zijn, één geheel,

Onze lichamen en huid verweven.

Tot één geheel.

Een engel van voorbij de tijd,

Van voorbij dit aardse bestaan,

Toen wij samen als één deeltje sterrenstof

Neerdaalden uit het licht,

Zwevend door het universum,

Vorm aannemend

Tot wie wij nu zijn,

Eén ziel, één lichaam,

Één wezen van licht, vuur en ware liefde.

.

Misschien voelt het nu ver weg,

Niet in dit leven,

Maar ik weet

Dat we dit eerder hebben gedaan,

Dat we kunnen wachten

Tot we elkaar weer vinden,

Er zijn nog zoveel levens te gaan,

Zoveel liefdes en sterren te ontdekken,

Maar altijd weer,

Één deeltje,

Sterrenstof,

Licht.